Helaas is deze website niet geoptimaliseerd voor oude browsers, mocht de website niet toereikend werken dan staan wij u graag telefonisch te woord op nummer 030 234 08 19


Schuld en Boete

09 maart 2018

Er is veel kritiek op de schuldhulpverlening. Vorige maand is het rapport ‘Open Deur?’ van de Nationale Ombudsman verschenen, waarin opnieuw is vastgesteld dat de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening onvoldoende is[1]. Mensen lopen tegen de verschillende blokkades aan die de schuldhulpverlening heeft opgeworpen. Dit terwijl het aantal huishoudens met schulden nog altijd groter lijkt te worden. Tegelijkertijd lees ik dat het aantal verzoeken tot de rechterlijke schuldhulpverlening (de WSNP) is gedaald. Er zijn minder aanvragen gedaan en minder aanvragen goedgekeurd.

Wat is er toch aan de hand? Weten de mensen de weg niet te vinden of presteren wij als schuldhulpverleners inderdaad onder de maat? In een schuldentraject zitten is alles behalve eenvoudig: je moet drie jaar lang aan strenge eisen voldoen, rondkomen van een minimum inkomen en zo veel mogelijk inkomen zien te vergaren. Toch is het een mooie tweede kans voor mensen met problematische schulden, want na deze drie jaar krijgen mensen letterlijk ‘een schone lei’.

De praktijk
Terwijl ik deze overweging maak ga ik terug naar mijn werk als schuldhulpverlener. Ik heb een nieuwe cliënt. Het beslag op het inkomen is te hoog, dus ik stuur een berekening met het verzoek tot aanpassen beslagvrije voet. Er is ook beslag gelegd op de bankrekening. Ik lees dat er jurisprudentie is waarbij ook bij bankbeslag de beslagvrije voet zou kunnen gelden. Ik scan door de verslagen van de rechtbank om in te kunnen schatten of deze uitspraken een doorwerking kunnen hebben op de casus van mijn cliënt. Ik denk het wel, dus ik verstuur de brief. Dan komt er een volgende cliënt. Ik heb voor haar een voorstel schuldhulpverlening gestuurd aan de schuldeisers. Één van de schuldeisers is niet akkoord gegaan, dus we moeten een dwangakkoord met verzoek WSNP indienen. Ik kijk na of we alles hebben ingevuld: verklaring ontstaan van de schulden met ontstaansdata, verzoekschrift 284, verklaring 285, rapportage verloop MSNP, crediteurenlijst, verzoek 287Fw, vergelijking MSNP vs WSNP… Ik denk dat we alles hebben. Misschien toch nog maar even nakijken.

Juridisering van het werk
Het werk van een schuldhulpverlener is enorm juridisch geworden. We hebben te maken met het faillissementsrecht, sociale zekerheidsrecht, belastingrecht, huurrecht, arbeidsrecht en de lokale beleidsregels, terwijl we geen juristen zijn. Hier ligt wellicht een antwoord op het verminderde aantal WSNP verzoeken. Tegelijkertijd komt er vanuit een andere hoek ook het signaal dat er iets mis gaat met de schuldhulpverlening, want er zijn doelgroepen die tussen wal en schip vallen. De laaggeletterden, mensen met een licht verstandelijke beperking en de kwetsbare doelgroepen worden door de schuldhulpverlening onvoldoende herkend en geholpen. Meer kennis over de gevolgen van stress en gepaste bejegening is vereist. De Tussenvoorziening heeft zich gespecialiseerd in de begeleiding van deze doelgroepen, maar dat ligt anders bij de reguliere schuldhulpverlening.

De vraag dringt zich op: hoeveel mogen we van een schuldhulpverlener vragen?

Dat het beter moet is duidelijk. Mensen met geldproblemen verdienen passende en professionele hulpverlening, uitgevoerd door specialisten. Om dit te bereiken moeten schuldhulpverleners de ruimte krijgen om niet alleen de wet- en regelgeving te bestuderen, maar ook de tijd hebben om mensen te coachen en begeleiden. Een betere schuldhulpverlening kost geld. De NVVK constateert dat elke euro die de gemeente in schuldhulpverlening investeert, tot wel 2,2 euro aan besparingen oplevert omdat daarmee grotere problemen en hoge maatschappelijke kosten worden beperkt[2].

Oproep aan de gemeenteraden
Dat er zoveel huishoudens kampen met schulden is niet alleen maar een individueel probleem. Daarom een oproep aan de komende Gemeenteraden: Er moet meer geïnvesteerd worden in armoedebeleid en schuldhulpverlening, want het individu zou niet mogen boeten voor het maatschappelijk ontstane deel van zijn schuldenprobleem.

 

[1] https://www.nationaleombudsman.nl/onderzoeken/2018010-een-open-deur-onderzoek-naar-de-toegankelijkheid-van-de-gemeentelijke
[2] https://www.nvvk.eu/k/n235/news/view/7687/3481/nvvk-notitie-voor-raadsleden-en-wethouders.html

Vragen?

Vragen? Neem contact met ons op.