Helaas is deze website niet geoptimaliseerd voor oude browsers, mocht de website niet toereikend werken dan staan wij u graag telefonisch te woord op nummer 030 234 08 19

Iedereen krijgt een kans, maar je moet wel aanpakken

05 oktober 2017

Iedereen krijgt een kans, maar je moet wel aanpakken

‘Thuis zitten is niks voor mij. En dit is voor het goede doel, da’s ook belangrijk!’ Aldus Renée, mijn collega bij de Voedselbank Plus. Vier dagen per week is hij voor achten ’s morgens bij de opslag op de Kanaalweg. En werkt hij 6 tot 8 uur achter elkaar door. Stilzitten, daar is-ie niet goed in, aanpakken is het devies. En als er een gat in het rooster valt, springen hij of één van zijn zes collega’s altijd bij. Waarom heeft hij dan geen betaald werk? ‘Wie zit er nou op mij te wachten?’, lacht Renée. Door zijn leeftijd (hij is 55, een jaartje ouder dan ik), gezondheid (iets meer klachten dan ik, waaronder z’n hart), en niet te vergeten zijn door omstandigheden verplichte langdurige interne verblijf elders, blieft de arbeidsmarkt ‘m niet. Renée heeft zich erbij neergelegd. ‘Het is niet anders. Gelukkig is dit voor mij een schot in de roos.’

Een schot in de roos was de Voedselbank ook voor mij, toen ik me in oktober vorig jaar meldde bij coördinator Ingrid. Ik zat al ruim een maand thuis. M’n hoofd ging alle kanten op, ik was zwaarmoedig tot depressief, voelde me lamlendig, moe, frustrerend niet vooruit te branden, on a road to nowhere. Overspannen naar huis gestuurd met als advies uitrusten, behandeling zoeken, en proberen leuke dingen te doen. Dat ging moeizaam. Ik deed vrijwel niks, telefoontjes bezorgden me hartkloppingen, zeker als ze van het werk kwamen. En voor afspraken op het werk moest ik fysieke weerstand overwinnen. Dat ging  niet om de gebouwen, maar de collega’s die ik er tegen zou kunnen komen. Ik schaamde me.

Het lichamelijke werk was voor mij een uitkomst: voedsel lossen, sorteren en laden. Ik begon met drie ochtenden. Op zestien uur per week , de tijd voor activering die we nu van cliënten vragen, kwam ik pas na ruim een maand.

Spring maar achterop

Belangrijker vond ik dat ik me meteen welkom voelde. Bij coördinator Ingrid was dat geen probleem, die kende ik al. Van de rest kreeg ik een vriendelijke blik, een hand, en een klus. Een spring maar achterop-houding. Het belang daarvan besefte ik pas later, toen een ervaringsdeskundige de vraag kreeg voorgelegd wat voor hem het belangrijkste was geweest toen hij in zijn nieuwe team aan de slag ging. ‘Het warme welkom’, antwoordde hij. Dat geldt eigenlijk voor iedereen en gold in elk geval voor mij. Het is veel prettiger en makkelijker te bewijzen dat je waarde hebt als je je welkom voelt, dan je eerst te moeten bewijzen om je welkom te kunnen voelen.

‘We geven iedereen een kans, maar je moet wel willen aanpakken.’ Aldus collega John, die niet alleen niet stil kan zitten, maar ook z’n mond niet kan houden. Aanpakken op maat, dat wel. Gerard bijvoorbeeld werkt op twee ochtenden twee uur mee. Na zijn hersenbloeding is dat helaas zijn taks. Logistiek coördinator Simon draait drie dagen, en vult de overige drie dagen de WhatsApp-groep met berichten van leveranciers en collega’s. Zijn probleem? ‘Dat ik niet kan luisteren’, lacht hij. ‘Onder andere!’ Joke, vriendin en collega, knikt instemmend mee, en vult meteen aan: ‘Maar het is een goedzak.’

Aanpakken wilde ik wel. Heerlijk om een ochtendje flink te sjouwen. Prettig werk, goede afleiding, en ’s middags moe, maar niet van het nietsdoen.

Zorg voor elkaar

Met zeven mannen van middelbare leeftijd kent het team toch vooral een mannensfeer. Ondanks de inbreng van coördinator Ingrid en vrijwilligster Joke. Niet teveel (door-)vragen, elkaar waar mogelijk afzeiken, even knallen als het teveel wordt, onderweg in de bus genieten van de schoonheid van de medemens, en bomen over voetbal of de Formule 1, als Gerard er is. Ik gedij erin.

Dat geldt ook voor de bijbehorende zorg voor elkaar. ‘NEERZETTEN!!!’ schreeuwt John als ik toch even een koelbox verzet, ook al heb ik een opspelende rug. En hij pakt hem snel voor me weg. Hans fronst meteen z’n wenkbrauwen: ‘John, jij kan ook niet beuren! Waar jij allemaal niet voor bent afgekeurd!’ Rugklachten zijn inderdaad standaard op de opslag. Diehards als Simon en Hans hebben zelf Diclofenac op voorraad. ‘Die werken goed, een stuk beter dan psychofarmaca.’

Natuurlijk gaan de gesprekken wel eens verder. Maar niet te vaak, en niet te lang. Zo blijkt collega Danny ook overspannen te zijn geweest, ook al noemde hij dat toen niet zo. ‘Toen mijn laatste wietpand was geruimd, liep ik leeg. Kon ik niks meer.’ Via de Tussenvoorziening kwam hij er weer bovenop. Voor hem was Voedselbank Plus een opstap naar betaald werk. Toch draait hij elke zaterdag nog een dienst. ‘Omdat het lekker is. En,’ vervolgt hij met een grijns, ‘voor het vleesje.’ Vrijwilligers mogen af en toe namelijk wat eten voor zichzelf meenemen.

Logistiek coördinator Niek kijkt even op, maar gaat meteen verder met het vullen van de pallets voor de week. Onverstoorbaar en in hoog tempo: Hij heeft straks een afspraak over de nieuwe stichting.

Work first

Eind mei was mijn laatste dienst. Vanaf half november ben ik stapsgewijs steeds meer uren op kantoor gaan werken. Duidelijk ander werk, kantoorwerk, en het ging me niet gemakkelijk af. Het fysieke werk op de Voedselbank zorgde voor een goede balans. Vanaf maart heb ik m’n diensten langzaam afgebouwd. Met pijn in m’n hart, want ik heb het er goed gehad. En ik mag terugkomen!

Het was nodig dat ik even thuis heb gezeten. Nodig dat ik uitrustte, nodig dat ik mezelf (voor zover mogelijk) op een rijtje kreeg, nodig dat ik merkte dat werk zich niet zomaar laat vervangen door andere leuke dingen. Maar het was heerlijk dat ik weer aan de slag kon, dat ik iets kon doen, dat ik ergens bij hoorde.

Voor mij waren de Voedselbank Plus en haar team een uitkomst. Ik snap dat dit niet voor iedereen het geval zal zijn. Maar dat ze zoveel moeite hebben om nieuwe vrijwilligers te vinden, dat snap ik niet. Het zou erg mooi zijn als iemand na het lezen van dit verhaal denkt: dat zou precies iets kunnen zijn voor … Het is ook mooi werk, met een warm welkom en met eigenzinnige collega’s. En nieuwe vrijwilligers zouden zoveel kunnen betekenen voor het team. Want het is net zoals bij de NoiZ: heb je eindelijk je team goed bemenst, gaat er weer eentje weg. Kreunend een tandje bijzetten is deel van de lol. Maar niet te lang, want dan gaat kreunen over in uitval.

Peter ten Cate

Wil je meer weten over het werk van de voedselbank? Ga dan naar www.voedselbankutrecht.nl

 

 

Vragen?

Vragen? Neem contact met ons op.